To be or not to be… en ingehaald worden

Atributen van de scheids …

Amsterdam – Afgelopen woensdag voelde het ineens als voorjaar. De winterjas kon aan de kapstok blijven en de terrassen zaten gezellig vol. Misschien zat daar ook meteen de verklaring voor de lage opkomst bij de marathon. Van de 54 opgegeven rijders in categorie 2 verschenen er 20 aan de start. Uiteindelijk kregen slechts acht rijders punten.

Dat roept dan al snel de vraag op: moeten we niet een aanwezigheidspremie invoeren? Vijf punten voor iedereen die gewoon aan de start verschijnt. Een soort beloning voor goede intenties.

To be or not to be? Of in dit geval: to start or not to start?

Laat één ding duidelijk zijn: saai was het allerminst. In categorie 6 kreeg de leidster van het klassement het zwaar en eindigde dit keer als laatste. Dat maakt het klassement, dat geheim blijft,  alleen maar spannender richting de prijsuitreiking op de avond van het Kampioenschap van Amsterdam. Reken maar dat er nu wat wordt nagerekend en nagepraat.

In categorie 1 en 2 ontstond weer zo’n typisch marathondilemma: wanneer is een kopgroep nog een kopgroep? Het antwoord is gelukkig simpel: de grootste groep is het peloton.

In categorie 1 bleef de kopgroep inderdaad kopgroep. Toen zij het peloton inhaalden, leverde dat voor hen vijf extra punten op. Daarna werd er opnieuw aangevallen, sloten rijders aan, bleven anderen juist zitten – en aan het einde van de koers reden er drie groepen rond: het peloton, rijders met één ronde voorsprong en rijders met twee ronden voorsprong.

Voor de jury even goed opletten, maar alles verliep volgens schema. Op het juiste moment klonk voor iedere groep, weliswaar volgens een ingekort schema, de bel.

In categorie 2 liep het anders. Het peloton werd zó klein dat de kopgroep automatisch het peloton werd. Gevolg: geen vijf extra punten voor een rondje. De achterblijvers werden uit koers gehaald en kregen geen punten. Dat zorgde voor teleurstelling – begrijpelijk ook.

Om met de 17de eeuwse dichter Bredero te spreken, ‘t kan verkeren – ook in het marathonwereldje.

En dan komt die aanwezigheidspremie weer voorzichtig ter sprake. Want je was er toch? Je hebt toch meegedaan?

Zoals ik al eerdere in een column schreef, regels zijn er om duidelijkheid te geven. Niet om het ingewikkeld te maken, maar om het voor iedereen gelijk te houden. Wie een ronde voorsprong neemt, krijgt extra punten. Wie wordt ingehaald door het peloton, moet de wedstrijd verlaten, mag niet afsprinten en krijgt geen punten. Dat is soms zuur, maar wel helder.  

Misschien is dat ook wel de charme van marathon: het kan elke week anders lopen. Kopgroep of peloton, voorsprong of achterstand – het blijft voortdurend opletten en  schakelen. En de aanwezigheid? Die blijft gelukkig vrijwillig. Maar wie er is, maakt het wél mogelijk dat we zulke mooie, soms ingewikkelde, maar altijd levendige wedstrijden hebben. En zo maken we met zijn allen er steeds weer een leuke avond van.

Reacties zijn gesloten.