
Regels zijn er niet voor niets
Het waren weer mooie wedstrijden gisteravond. Af en toe een fikse wind, behoorlijk koud, maar prachtig ijs. Kortom: omstandigheden waar een marathonhart sneller van gaat kloppen.
Bij het marathonrijden hoort een stevig reglement. In de loop der jaren is dat steeds verder aangescherpt. En dat is maar goed ook, want waar gereden wordt, ontstaan nieuwe situaties. Zo was er ooit een rijder die vallend over de finish kwam. In vallende rijders was voorzien, maar deze kwam buiten de baan over de streep. Volgens de letter van de regel was dat geen finish. Resultaat: artikel 412.8.b werd aangescherpt en luidt nu dat “de voorpunt van het ijzer het verlengde van de finishlijn bereikt”.
Dat de scheidsrechter tijdens de wedstrijd serieus genomen moet worden, spreekt voor zich. De scheidsrechter beslist. Maar in de kantine moet je blijkbar als scheidsrechter ook oppassen wat je zegt. Een grap over een rookworst voor mijn hond bleek serieuzer opgevat dan bedoeld. Voor de duidelijkheid: de worst die ik aan Gert de Jong (cat. 1) gaf, had hij nog tegoed – en was uit eigen mond gespaard.
Dan gisteren. Af en toe probeer ik de regels praktisch toe te passen. Artikel 405.5 geeft ruimte om af te wijken, maar veiligheid staat altijd voorop. Artikel 412.8.d bepaalt dat een gefinishte deelnemer zich niet in de laatste 200 meter voor de finish mag bevinden. Logisch, want in de laatste bocht wordt nog wel eens gevallen en dan kan iemand met flinke snelheid de boarding in schuiven – met alle risico’s van dien. Mijn tussenvorm is dat rijders op het laatste rechte eind mogen blijven kijken, maar hun jas daar neerleggen en niet in de bocht.
In de wedstrijd bij categorie 3 haalden vijf rijders het peloton in. Sander van Dijk viel echter direct weer terug. Hoort hij er dan bij of niet? Artikel 412.4 zegt: binnen twee seconden -grofweg twintig meter – hoor je bij de groep. Sander zat op tien meter en moest daarna lossen. Artikel 424.d: de vijf extra punten blijven staan.
Bij het afsprinten ging het niet helemaal goed. Volgens artikel 412.7 moet bij 2–5 rijders met een ronde voorsprong, de bel voor het peloton op 6 ronden klinken. De bel werd op 3 gegeven omdat de rijders nou eenmaal graag hun rondjes willen rijden. Begrijpelijk, maar het zorgde voor verwarring omdat een rijder uit het peloton door bleef rijden. Het liep goed af, maar het onderstreept waarom regels bestaan: om rust te brengen in chaos.
Dan nog de helmcap. Een geslaagde overstap, maar let erop dat hij goed zit. Artikel 413 is daar duidelijk over. De transponder is niet altijd leidend; de camera beslist bij puntentelling. Is het nummer niet goed leesbaar, dan kan dat gevolgen hebben voor je klassering. Bij twijfel: een plaats terug. Hard, maar eerlijk.
Tot slot zag ik iemand zijn voorganger bewust vooruit duwen. Een lichte duw om een botsing te voorkomen bij plotseling afremmen is toegestaan en komt de veiligheid ten goede. Maar actief iemand opduwen? Dan begeef je je op het terrein van artikel 410.1 en 410.2 – en dat kan een diskwalificatie betekenen.
Het is goed afgelopen allemaal. Maar één ding is duidelijk: regels zijn er niet om het ons moeilijk te maken. Ze zijn er omdat elke situatie ooit een keer écht gebeurd is.

